ik bad: God, geef mij kracht. Laat mij U zien en niet de nazi’s. Terwijl ik over de menigte heen keek, zag ik opeens het gezicht van Hitler. Ik sloeg mijn hand voor mijn mond en Pat Robertson bleef voor me bidden totdat ik weer kon opkijken en het beeld was verdwenen.
Toen rende er opeens een vrouw door het gangpad naar me toe, roepend, zwaaiend, en naar me wijzend. een veiligheidsagent pakte haar vast, maar ze bleef maar roepen en wijzen.
Op dat moment ging de hele menigte, dus duizenden mensen, roepen en dezelfde kant op wijzen. Iedereen stond te juichen. Ik draaide me om en keek waar ze naartoe wezen.
Ze wezen naar iets rechts van mij, waar de grote olympische toorts brandde. Daarachter wapperden de Amerikaanse en Israëlische vlaggen in de wind. Die Israëlische vlag was precies in het midden van het olympisch stadion neergezet, op de plek waar Hitler had verkondigd dat het duizendjarig rijk van Joden verschoond zou blijven.
Daarachter in de lucht zag ik de mooiste regenboog die ik ooit heb gezien. Het was een dubbele regenboog en door een verticale lijn die erin zat, kreeg deze regenboog de vorm van een kruis. Nooit eerder en nooit daarna heb ik zoiets gezien.
Toen wist ik dat God bij me was en dat ik door moest gaan.
uit ‘een roos uit de as’.
een roos uit de as
Een roos uit de as is het waargebeurde en indrukwekkende levensverhaal van Rose Price. Rose wordt Joods geboren in het Poolse dorpje Skarzysko. Ze heeft een bewogen jeugd waarin ze al jong leert om op eigen benen te staan.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog belandt Rose in verschillende Duitse concentratiekampen (waaronder Auschwitz/Skarzysko en later Bergen-Belsen). Ze maakt daar hartverscheurende en gruwelijke omstandigheden mee. Door de immense verschrikkingen en het lijden in de kampen breekt het Joodse geloof waarin ze is opgevoed; ze neemt in het kamp volledig afstand van God en geloof.
Samen met haar zus Sarah overleeft Rose de kampen, de rest van de familie komt om in Treblinka. Na de oorlog bouwen ze een nieuw bestaan op in de Verenigde Staten. Ondanks het opbouwen van een nieuw leven blijft het oorlogsverleden en een diep gewortelde bitterheid en haat aan haar knagen.
De schok: Haar dochter gaat geloven in Jezus
Nadat Rose de kampen overleeft en in Amerika een nieuw leven opbouwt met haar man Charlie, raakt een van haar dochters op een dag betrokken bij een christelijke gebedsgroep. De dochter komt enthousiast thuis en roept: „Mama, ik geloof in Jezus Christus! Hij is de Joodse Messias!”
Voor Rose, die de verschrikkingen van de Holocaust had meegemaakt — vaak gepleegd door mensen die zichzelf christen noemden of hakenkruisen droegen — is dit een enorme klap. Ze voelt zich diep verraden. Jezus is in haar ogen de God van de beulen. De situatie escaleert zo erg dat wanneer Rose ontdekt dat ook haar man en haar jongste dochter heimelijk tot geloof waren gekomen ze op het punt stond om haar gezin te verlaten. “Maar ik kon het niet, ik was immers mijn hele familie al nagenoeg kwijtgeraakt”.
In plaats van weg te lopen, besluit Rose de strijd aan te gaan om haar dochters en man te bewijzen dat Jezus niet de Messias kan zijn. Ze wil theologische bewijzen verzamelen en stapt naar haar lokale orthodoxe rabbijn
Ze confronteert hem met de teksten die christenen vaak gebruiken, zoals Jesaja 53 (over de lijdende Knecht des Heeren) en Psalm 22 (waarin een kruisiging wordt beschreven, honderden jaren voordat die werd ingevoerd door de Romeinen). De reactie van de rabbijn verbijstert haar: Op haar vraag over Jesaja 53 zegt hij simpelweg: „Dit leest geen enkele Jood.” Op andere vragen krijgt ze geen of ontwijkende antwoorden. Als Rose blijft doorvragen en zelf in de Thora en de Profeten begint te spitten, raakt de rabbijn zo gefrustreerd dat ze uiteindelijk niet meer welkom is in de synagoge. Dit schudt haar wakker: waarom mag ze haar eigen Joodse Schriften niet onderzoeken?
innerlijke strijd en overgave
Nu ze de antwoorden niet bij de rabbijn vindt, begint ze zelf de profetieën in het Oude Testament te vergelijken met het Nieuwe Testament. Tot haar eigen schrik en ontzetting ontdekt ze dat het plaatje klopt: Jezus voldoet precies aan de Joodse profetieën van de beloofde Messias.
volg het bewijs: ongelooflijke details over Jezus, geschreven honderden jaren voor zijn komst
Dit brengt een heftig innerlijk conflict teweeg. Geloven in Jezus betekent voor haar dat ze haar nazi-beulen moet vergeven, iets wat ze menselijkerwijs absoluut niet kan en wil. De haat zit te diep.
Stiekem ging ze in het Nieuwe Testament lezen. Al bij het evangelie van Mattheus werd haar duidelijk dat Jezus een zachtmoedige man was. Hij was beslist niet de moordenaar van haar volk.
De doorbraak (21 september 1971)
De definitieve omschakeling komt wanneer ze inziet dat haar eigen bittere haat en onvergevingsgezindheid haar van binnenuit opeten. Ze realiseert zich dat ze weliswaar fysiek bevrijd is uit de kampen, maar spiritueel nog steeds een gevangene is van haar eigen trauma’s.
Op 21 september 1971 knielt ze definitief neer en geeft ze zich over. Ze erkent Jezus (Jesjua) niet als de God van de nazi’s, maar als haar eigen Joodse Messias. Ze ervaart op dat moment een overweldigende transformatie: de diepe wortel van bitterheid wordt uit haar hart getrokken. Vanaf dat moment ervaart ze een bovennatuurlijke kracht die haar niet alleen rust geeft, maar haar later zelfs in staat stelt om terug te keren naar Duitsland om ditzelfde evangelie van radicale vergeving te prediken.
En dan volgt het moment dat ze gaat spreken in het Oympisch stadion dat Hitler had gebouwd voor de Olympische spelen va 1936. Het moment dat God door de zeer bijzondere regenboog laat zien dat Hij bij haar is. Dat geeft haar de kracht om door te gaan en de boodschap van vergeving uit te spreken.




















