Net toen hij klaar was met bidden, werd er op de deur geklopt. “Meneer Hageman, u bent vrijgelaten,” hoorde hij de bewaker zeggen. Voor Robbie was dit een keerpunt in zijn leven; hij besefte dat zijn gebed was verhoord. Dit besef liet een diepe indruk achter op de kickbokser, die nooit had verwacht dat dit zou gebeuren
Kickbokser Robbie Hageman kwam in de gevangenis tot geloof. Onterecht achter tralies terechtgekomen, stuitte hij op een boekje over Jezus en de Bijbel. Hij sprak een gebed uit: God, als U bestaat, laat me vrij. Tot zijn grote verbazing werd hij vrijwel meteen onverwachts vrijgelaten. Vastberaden besloot hij diezelfde zondag nog een kerkdienst bij te wonen.
Hij komt tot geloof terwijl hij in de cel zat, maar wat bracht hem daar? Robbie legt uit: “Ik stelde regelmatig mijn auto beschikbaar. De personen die er op dat moment mee reden, hebben geprobeerd een overval te plegen met een wapen. Drie dagen later stond het arrestatieteam onverwachts in mijn kamer. Met veel geweld werd ik uit bed gehaald en gearresteerd. Volledig onterecht, zoals later ook werd bevestigd.”
een klein boekje
In de isoleercel in Rotterdam ontdekte Robbie een klein boekje met de titel Jezus is de Weg. “De eerste dag liet ik het gewoon liggen,” vertelt hij. “Maar op de tweede dag, toen de verveling toesloeg, besloot ik het te pakken. Het was geen dik boekje, maar er stond in dat je moest bidden en een Bijbel moest hebben, ongeacht waar je was.
Op de derde dag dat ik vastzat, kwamen de medewerkers langs met boeken. Toen vroeg ik om een Bijbel. Ik zette de Bijbel op mijn tafeltje, vouwde mijn handen, ging op mijn knieën voor mijn bed en bad: ‘God, als U bestaat, laat mij dan vrij. Dan beloof ik dat ik de rest van mijn leven elke zondag naar de kerk ga.’”
Net toen hij klaar was met bidden, werd er op de deur geklopt. “Meneer Hageman, u bent vrijgelaten,” hoorde hij de bewaker zeggen. Voor Robbie was dit een keerpunt in zijn leven; hij besefte dat zijn gebed was verhoord. Dit besef liet een diepe indruk achter op de kickbokser, die nooit had verwacht dat dit zou gebeuren. “Mijn advocaten gingen ervan uit dat ik drie jaar zou moeten zitten vanwege medeplichtigheid bij een zaak waarin mijn auto was gebruikt. Misschien met goed gedrag een jaar minder, maar omdat ik niet wilde zeggen aan wie ik mijn auto had uitgeleend, leek een lange straf onvermijdelijk. Dus toen ze mij kwamen vertellen dat ik vrij was, vroeg ik: ‘Weet u waar ik zondag heen ga?’ Ze dachten dat ik misschien een feestje ging vieren, maar ik zei: ‘Nee, ik ga naar de kerk!’ Vanaf dat moment ben ik elke week naar de kerk gegaan.”
hersentumor
In 2018 ontvangt Robbie een contract bij de grootste internationale kickboksorganisatie, Glory. Zijn eerste confrontatie is tegen de Russische vechter Menshikov, die zeven kilo zwaarder is. “Mijn trainer zei meteen: ‘Die jongen is veel te zwaar. Dat moeten we niet doen, dat is niet slim.'” Helaas gaat het zoals gevreesd: Robbie wordt knock-out geslagen in de eerste ronde. “Het licht ging uit,” vertelt hij.
Omdat de regels van de organisatie vereisen dat hij na een knock-out een hersenscan ondergaat, wordt iets schokkends ontdekt: hij blijkt een gezwel in zijn hoofd te hebben. Dit blijkt een kwaadaardige tumor die al te diep zit om volledig te kunnen worden verwijderd. “Dus ik ben ongeneeslijk ziek; hij gaat nooit meer weg.” Een operatie volgt om de tumor gedeeltelijk weg te halen, maar Robbie blijft opmerkelijk kalm. “Eigenlijk bleef ik heel rustig. Ik bid elke avond voor mijn kinderen, mijn vrouw en mijn familie, maar nooit voor mezelf. Dus toen dit gebeurde, dacht ik: eigenlijk worden mijn gebeden verhoord, want nu is het iets dat mezelf treft.”
Het nieuws dat hij niet meer mag kickboksen is een harde klap. “Dat vond ik wel moeilijk. Want dan stopt je carrière opeens als je 27 bent, net op het moment dat je fysiek op je sterkst bent.” Ondanks de zware tijd blijft Robbie hoopvol en rustig. Hij put kracht uit zijn geloof. “Filippenzen 4:6 leert me om me geen zorgen te maken, en Filippenzen 1:22 zegt: ‘Het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.’ Voor mij voelt dat als pure winst. Ik heb dit dan toch liever zelf dan dat het mijn ouders of mijn kinderen zou overkomen.”




















